Het Latijnse woord ‘odoratus’ betekent, zoals men zou kunnen raden, ‘geurig’ of ‘geurend’. Deze soort is een doornloze struik met een rechtopstaande groeiwijze en grote, zeer zachte esdoornachtige bladeren. Terwijl de meeste frambozensoorten witte bloemen hebben, heeft deze soort paarse (lavendelroze) bloemen met een diameter tot 5 cm. De bloeiperiode is erg lang en kan een paar maanden duren. De plant produceert platte rode vruchten met een zoetzure smaak en een knapperige textuur. De soort is slechts gedeeltelijk zelfvruchtbaar, dus er zijn twee genetisch verschillende planten nodig om een goede oogst te verkrijgen. De planten die te koop worden aangeboden, zijn genetisch verschillend.
Herkomst: Oostelijk Noord-Amerika
Blad: Bladverliezend
Hoogte: 100 - 200 cm
Standplaats: Halfschaduw, zon
Oogst: Vroege herfst
Verzorging: Gemakkelijk